De regels rondom de bijtelling veranderen vrijwel ieder jaar, en het huidige jaar 2026 vormt daarop geen uitzondering. De systematiek is verder vereenvoudigd: er geldt in principe één standaard bijtellingspercentage, en ook de voorwaarden rond de cataloguswaarde en CO₂-uitstoot zijn aangepast. Hieronder zetten we overzichtelijk op een rij wat er dit jaar geldt en wat dat betekent voor uw portemonnee.
Wat houdt bijtelling precies in?
Gebruikt u een zakelijke auto ook privé en rijdt u daarmee meer dan 500 kilometer per jaar? Dan ziet de Belastingdienst dat als een vorm van loon in natura. Over dat privévoordeel betaalt u belasting: de zogeheten bijtelling.
De hoogte van de bijtelling wordt bepaald door:
de cataloguswaarde van de auto (inclusief btw en bpm)
het bijtellingspercentage dat hoort bij de datum van eerste toelating
de leeftijd en brandstofsoort van de auto
Voor het grootste deel van de nieuw in 2026 gekochte of geleasete auto’s geldt een bijtellingspercentage van 22%. Alleen voor volledig elektrische auto's met een catalogusprijs tot € 30.000 bestaat er nog een fiscaal voordeel: daarvoor betaalt u 18% bijtelling. Over het gedeelte boven de € 30.000 betaalt u de reguliere 22%.

De 60-maandenregeling:
Als een auto bij de eerste ingebruikname in aanmerking kwam voor een verlaagd bijtellingspercentage (bijvoorbeeld een elektrische auto uit 2024), dan blijft dit lagere percentage exact 60 maanden geldig. Deze periode start op de eerste dag van de maand die volgt op de maand van de eerste toelating op de weg.
Let op: Dit verlaagde percentage is gekoppeld aan de auto vanaf de eerste tenaamstelling. Als u een jonge, gebruikte elektrische auto zakelijk aanschaft (occasion lease), mag u de resterende maanden gewoon blijven gebruiken.
Youngtimers: de regeling voor oudere auto’s
Voor auto’s die ouder zijn dan 16 jaar geldt een afwijkende en fiscaal vaak zeer gunstige regeling. Sinds 1 januari 2026 is de minimale leeftijdsgrens hiervoor verhoogd van 15 naar 16 jaar. In plaats van de oorspronkelijke cataloguswaarde rekent de Belastingdienst bij een youngtimer met de actuele marktwaarde (de waarde in het economisch verkeer).
Het bijtellingspercentage voor youngtimers bedraagt 35% over deze dagwaarde. Omdat alle autokosten — zoals brandstof, onderhoud, verzekering en reparaties — volledig ten laste van de zaak komen, is dit voor MKB-ondernemers vaak een interessante optie.
Let wel op: het kabinet heeft aangekondigd de regeling vanaf 2027 mogelijk verder te versoberen richting een grens van 25 jaar, al wordt er nog gesproken over een geleidelijke overgangsregeling.
💡Bijtelling berekenen: een rekenvoorbeeld
Een simpele manier om uw bruto bijtelling te bepalen is door het percentage toe te passen op de cataloguswaarde.
Stel u rijdt een nieuwe elektrische auto met een cataloguswaarde van € 34.000.
Over de eerste € 30.000 betaalt u 18% = € 5.400
Over de resterende € 4.000 betaalt u 22% = € 880
Totale bruto bijtelling per jaar: € 6.280.
Dit bedrag wordt opgeteld bij uw belastbare inkomen. De uiteindelijke netto kosten hangen af van de belastingschijf waarin uw inkomen valt.
Uitzonderingen
Je hoeft geen bijtelling te betalen wanneer:
je minder dan 500 privékilometers per jaar rijdt (met rittenregistratie)
de auto uitsluitend zakelijk wordt gebruikt met een EZU-verklaring
het gaat om voertuigen die worden gebruikt door rijscholen of door bepaalde stichtingen/verenigingen
Wat brengt de toekomst (2027)? De pseudo-eindheffing
De autobelastingen blijven een belangrijk politiek instrument om verduurzaming af te dwingen. Vanaf 1 januari 2027 treedt er een ingrijpende nieuwe maatregel in werking die al definitief in de wet is verankerd: de pseudo-eindheffing op fossiele personenauto's.
Wat is een pseudo-eindheffing precies?
Kort gezegd is dit een extra belasting die volledig voor rekening van de werkgever komt. Het gaat om een heffing van 12% over de cataloguswaarde van zakelijke personenauto's op benzine, diesel, lpg of hybride.
Het grote verschil met normale loonheffing: U mag deze belasting wettelijk niet doorberekenen aan of verrekenen met uw werknemer.
Woon-werkverkeer telt als privé: Zelfs als een werknemer de auto strikt voor woon-werkverkeer gebruikt en de 500-kilometergrens voor de bijtelling niet overschrijdt, moet u als werkgever tóch de 12% heffing betalen.
Rekenvoorbeeld pseudo-eindheffing:
Stelt u als werkgever een hybride auto ter beschikking met een cataloguswaarde van € 40.000? Dan kost u dit als werkgever vanaf 2027 jaarlijks 12%, dus € 4.800 extra aan belasting.
Toegezegde versoepelingen (onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring):
Na flinke kritiek uit de praktijk heeft het kabinet afgelopen zomer belangrijke versoepelingen toegezegd. Omdat deze aanpassingen op dit moment nog formeel in wet- en regelgeving moeten worden verwerkt, moeten we hier als ondernemer nog een klein slag om de arm houden. De politieke richting is echter duidelijk:
Tijdelijk vervangend vervoer: Bij onderhoud of schadeherstel is een vervangende fossiele auto naar verwachting tot maximaal 14 aaneengesloten dagen vrijgesteld van de heffing.
Kortdurende huur: Voor incidentele situaties (zoals korte huur) is er een vrijstelling beoogd voor maximaal 7 aaneengesloten kalenderdagen per jaar.
Lesauto's: Rijscholen worden naar alle waarschijnlijkheid volledig vrijgesteld van deze regeling.
Verlenging overgangsrecht: Voor fossiele auto’s die vóór 1 januari 2027 al door dezelfde werkgever ter beschikking zijn gesteld, hoeft u voorlopig geen heffing te betalen. Deze overgangsregeling wordt naar verwachting verlengd tot 1 januari 2031.
De boodschap
De keuze tussen een auto op de zaak of in privé is een ingewikkelde puzzel waarbij cataloguswaarde, werkelijke kilometers en uw persoonlijke belastingtarief allemaal een rol spelen. Zeker met de naderende werkgeversheffing van 2027 is een verkeerde beslissing kostbaar.
👉Kom gerust eens een kop koffie drinken in Westerhoven. Wij rekenen de scenario's voor uw specifieke situatie en wagenpark haarscherp door, zodat u gegarandeerd de fiscaal meest gunstige route kiest. Dus neem vandaag nog contact met ons op!