Zzp'ers inhuren zonder naheffing: Wet DBA

Alles over de handhaving op schijnzelfstandigheid via de Wet DBA én de nieuwe Zelfstandigenwet. Richt je flexibele schil vandaag nog goed in.

< naar alle blogs

Het is momenteel een belangrijk aandachtspunt voor MKB-ondernemers: de handhaving op schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst. De tijd waarin alleen een modelovereenkomst voldoende zekerheid leek te bieden, is voorbij. De Belastingdienst kijkt naar de manier waarop er in de praktijk wordt gewerkt. De financiële risico’s bij een verkapt dienstverband kunnen groot zijn.

De Belastingdienst controleert actief

Sinds het definitief opheffen van het handhavingsmoratorium controleert de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid. Dit gebeurt op basis van de huidige wetgeving: de Wet DBA.

Het doel van de controles? Nagaan of een ingehuurde zzp’er wel écht als zelfstandige werkt, of dat de samenwerking in de praktijk toch kenmerken van een dienstverband heeft.

Bij de beoordeling kijkt de Belastingdienst niet alleen naar de afspraken op papier, maar vooral ook naar de manier waarop er in de praktijk wordt gewerkt. Daarbij spelen verschillende omstandigheden een rol. Drie belangrijke aandachtspunten zijn:

De drie kernvragen op de werkvloer

  1. Is er sprake van een gezagsverhouding? Dit is vaak een belangrijk aandachtspunt. Vertel je de zzp’er niet alleen wat er moet gebeuren, maar ook precies hoe het moet gebeuren? Moet de zzp’er verplicht deelnemen aan interne functioneringsgesprekken of afdelingsoverleg? Als een zelfstandige zich in de praktijk op een vergelijkbare manier moet schikken naar de organisatie en aansturing als een werknemer, kan dat wijzen op een gezagsverhouding.

  2. Is het werk organisatorisch ingebed? Liggen de werkzaamheden van de zzp’er in de kern van je bedrijfsvoering? Als een IT-bedrijf een externe programmeur inhuurt om structureel werkzaamheden uit te voeren die tot de kern van de onderneming behoren, kan dat meewegen bij de beoordeling. Is het werk daarentegen incidenteel en specialistisch, zoals een externe adviseur die eenmalig een nieuw softwarepakket implementeert, dan kan dat juist wijzen op meer zelfstandigheid.

  3. Gedraagt de zzp’er zich als een échte ondernemer? Hierbij wordt onder meer gekeken naar de positie van de zzp’er zelf. Loopt de ingehuurde kracht ondernemersrisico? Investeert je zzp'er in eigen bedrijfsmiddelen, zoals een laptop, gereedschap of softwarelicenties? Werkt de zzp’er ook voor andere opdrachtgevers? Werkt een zzp’er langere tijd vrijwel uitsluitend voor één opdrachtgever, dan kan dat meewegen bij de beoordeling van de arbeidsrelatie.

Een getekend contract is niet genoeg

Een overeenkomst van opdracht of modelovereenkomst geeft dus niet automatisch zekerheid. Het gaat erom dat de manier waarop er in de praktijk wordt gewerkt ook aansluit bij de gemaakte afspraken.

De Belastingdienst beoordeelt sinds 6 september 2024 geen nieuwe modelovereenkomsten meer. Bestaande goedgekeurde modelovereenkomsten mogen, zolang de geldigheidsdatum niet eerder verstrijkt, nog tot en met 31 december 2029 worden gebruikt. Ook dan geldt: jij en de zzp’er moeten in de praktijk werken zoals in de overeenkomst is beschreven.

Een handtekening onder een modelovereenkomst betekent dus niet automatisch dat je buiten de risico’s van schijnzelfstandigheid blijft.

Van Wet DBA naar Zelfstandigenwet: Hoe zit het nu?

Naast de Wet DBA hoor je inmiddels ook veel over de Zelfstandigenwet. Dat kan voor verwarring zorgen, want die nieuwe wet geldt op dit moment nog niet.

De Wet DBA is nu nog steeds de basis voor de handhaving. De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer volledig op schijnzelfstandigheid. Sinds 2026 is bovendien de zogenoemde zachte landing voorbij en kunnen onder voorwaarden ook boetes worden opgelegd.

De eerder voorgestelde Wet VBAR heeft ondertussen een andere route gekregen. Het deel dat moest verduidelijken wanneer iemand werknemer is en wanneer iemand als zelfstandige werkt, is geschrapt. Het kabinet heeft hiervoor een nieuwe Zelfstandigenwet voorgesteld. Dit wetsvoorstel ligt sinds 1 oktober 2026 ter internetconsultatie; reageren op de internetconsultatie kan tot en met 29 oktober 2026.

De Zelfstandigenwet introduceert twee toetsen: een zelfstandigentoets en een werkrelatietoets. De eerste kijkt naar de zelfstandige als ondernemer, bijvoorbeeld naar het aantal opdrachtgevers en het afdekken van ondernemersrisico’s. De tweede kijkt naar de manier waarop er binnen de opdracht wordt gewerkt, zoals de vrijheid om het werk zelf te organiseren en voor eigen rekening en risico uit te voeren.

De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2028, maar het voorstel moet nog verder worden behandeld en is dus nog geen geldende wet.

Daarnaast wil het kabinet het rechtsvermoeden van werknemerschap voor laagbetaalde zzp’ers voortzetten. Voor 2026 gaat het om een uurtarief van minder dan € 38. Als een werkende een beroep doet op dit rechtsvermoeden, moet de opdrachtgever aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Ook deze regeling is nog niet definitief ingevoerd.

Kortom: de nieuwe wetgeving is volop in ontwikkeling, maar je hoeft niet te wachten tot 2028. De huidige regels gelden nu al en de Belastingdienst handhaaft daarop.

De financiële risico's voor je onderneming

Als de Belastingdienst oordeelt dat je zzp’er eigenlijk een werknemer is, kan dat verstrekkende gevolgen:

Naheffingen: De Belastingdienst kan sinds 1 januari 2025 met terugwerkende kracht naheffingsaanslagen opleggen. In beginsel gaat dat niet verder terug dan 1 januari 2025. Bij kwaadwillendheid of wanneer een eerdere aanwijzing niet is opgevolgd, kan tot maximaal vijf jaar worden teruggegaan.

Boetes: Vanaf 1 januari 2026 kan de Belastingdienst bij opzet of grove schuld een vergrijpboete opleggen. In 2026 worden nog geen verzuimboetes opgelegd.

Arbeidsrechtelijke claims: Als achteraf sprake blijkt te zijn van een arbeidsovereenkomst, kan de werkende mogelijk aanspraak maken op arbeidsrechtelijke rechten die bij een dienstverband horen, zoals loon bij ziekte, vakantiedagen of ontslagbescherming.

Stappenplan: Bouw aan een veilige flexibele schil

Wil je als ondernemer rustig kunnen blijven slapen, loop dan deze drie stappen eens door:

  1. Breng je zzp'ers in kaart: Maak een overzicht van alle zelfstandigen die je momenteel inhuurt. Kijk kritisch naar de duur van de opdracht, het tarief en de aard van het werk.

  2. Toets de dagelijkse praktijk: Ga in gesprek met je projectmanagers. Hoe verloopt de feitelijke aansturing? Lijkt de manier waarop de zzp’er wordt aangestuurd en georganiseerd sterk op die van medewerkers in loondienst? Pas de werkwijze dan aan waar nodig.

  3. Zorg dat de afspraken kloppen met de praktijk: Gebruik een passende overeenkomst van opdracht en zorg dat de afspraken daarin aansluiten bij de manier waarop er daadwerkelijk wordt gewerkt. Een overeenkomst alleen geeft geen zekerheid als de praktijk daar niet mee overeenkomt.


👉 De regels rondom schijnzelfstandigheid zijn volop in beweging. De huidige handhaving loopt ondertussen gewoon door. Twijfel je of de contracten en de feitelijke werkwijze binnen jouw MKB-onderneming bestand zijn tegen een controle van de Belastingdienst?

Kom gerust eens koffie drinken in Westerhoven. We kijken met je mee naar je flexibele schil, de afspraken met je zzp’ers en de manier waarop er in de praktijk wordt gewerkt. Zo krijg je helder waar eventuele risico’s zitten en waar je iets kunt aanpassen. Neem hier contact op met Bouffantes.


Dit blog is bijgewerkt in oktober 2026. Voorgestelde wetswijzigingen kunnen nog veranderen.