De regels rondom autobelastingen veranderen regelmatig. Ook voor 2027 staan er weer belangrijke wijzigingen op stapel. Denk aan de verdere afbouw van het fiscale voordeel voor elektrische auto’s, de aangepaste youngtimerregeling en de nieuwe werkgeversheffing voor fossiele personenauto’s. Tegelijkertijd is er goed nieuws voor wie de auto privé rijdt en zakelijke kilometers maakt: het kabinet heeft een verhoging van de onbelaste kilometervergoeding naar € 0,25 per kilometer aangekondigd.
Wat geldt er nu en wat staat er voor 2027 op de planning? We zetten de belangrijkste regels voor je op een rij. Daarbij maken we onderscheid tussen regels die al gelden en voorstellen die nog kunnen veranderen.
Auto van de zaak
Gebruik je een auto van de zaak ook privé en rijd je daarmee meer dan 500 kilometer per kalenderjaar privé? Dan krijg je in principe te maken met bijtelling. Voor ondernemers betekent dit dat er een bedrag bij de fiscale winst wordt geteld. Voor werknemers wordt de bijtelling bij het belastbare loon opgeteld.
De hoogte van de bijtelling hangt onder meer af van:
de cataloguswaarde van de auto (inclusief btw en bpm)
de datum van eerste toelating op de weg
de CO₂-uitstoot en de eventuele toepassing van een bijzondere regeling
Bijtelling elektrische auto
Voor de meeste auto’s geldt een bijtellingspercentage van 22%. Voor volledig elektrische auto’s geldt in 2026 nog een lager percentage: 18% over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde en 22% over het bedrag daarboven.
In 2027 wordt het fiscale voordeel volgens de huidige regeling verder afgebouwd. Voor volledig elektrische auto’s die in 2027 voor het eerst op de weg worden toegelaten, geldt dan 20% bijtelling over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde. Over het bedrag daarboven geldt 22%. Vanaf 2028 is volgens de huidige regeling het standaardtarief van 22% van toepassing over de volledige cataloguswaarde.
Het voordeel voor elektrische auto’s wordt dus verder afgebouwd. Welk bijtellingspercentage voor jouw auto geldt, hangt af van de datum van eerste toelating op de weg en de regels die op dat moment gelden. De datum waarop je de auto bestelt of aanschaft, is daarvoor niet zonder meer bepalend.
Voor waterstofauto’s en bepaalde auto’s met geïntegreerde zonnecellen kunnen afwijkende regels gelden.

De 60-maandenregeling
Komt je auto in aanmerking voor een verlaagd bijtellingspercentage? Dan geldt dat percentage in beginsel gedurende 60 maanden. Die periode begint op de eerste dag van de maand na de maand waarin de auto voor het eerst op de weg is toegelaten.
Na afloop van die periode wordt de bijtelling opnieuw vastgesteld aan de hand van de regels die dan gelden.
Koop je bijvoorbeeld een elektrische occasion die al eerder op kenteken is gezet? Dan kan het oorspronkelijke bijtellingspercentage nog gelden, maar alleen voor de resterende periode. Het is daarom verstandig om de datum van eerste toelating en de resterende looptijd goed te controleren.
Youngtimers: de leeftijdsgrens verandert opnieuw
Voor oudere auto’s geldt een bijzondere regeling. In 2026 valt een auto die aan de leeftijdsvoorwaarden voldoet onder de youngtimerregeling. De bijtelling bedraagt dan 35% van de waarde in het economisch verkeer: de actuele waarde van de auto, in plaats van de oorspronkelijke cataloguswaarde.
Dat kan aantrekkelijk zijn als de auto inmiddels veel minder waard is geworden. De zakelijke kosten van de auto kunnen daarnaast onder voorwaarden ten laste van de onderneming komen.
Maar de leeftijdsgrens verandert. Het kabinet heeft in het Belastingplan 2027 een aangepast afbouwpad voorgesteld:
In 2026: de leeftijdsgrens is verhoogd van 15 naar 16 jaar.
In 2027: volgens het voorstel wordt de grens 17 jaar.
Vanaf 2028: volgens het voorstel wordt de grens 20 jaar.
De voorgestelde wijziging is dus minder ingrijpend dan het eerdere plan om de leeftijdsgrens naar 25 jaar te verhogen. De behandeling van het Belastingplan 2027 moet nog worden afgerond; houd daarom rekening met mogelijke wijzigingen.
Heb je een youngtimer of overweeg je er een aan te schaffen? Kijk dan niet alleen naar de huidige bijtelling, maar ook naar de leeftijd van de auto en de gevolgen van de voorgestelde wijzigingen.
💡Rekenvoorbeeld bijtelling van een elektrische auto
Stel, je rijdt een elektrische auto met een cataloguswaarde van € 34.000 die in 2026 voor het eerst op de weg is toegelaten:
Over de eerste € 30.000 betaalt u 18% = € 5.400
Over de resterende € 4.000 betaalt u 22% = € 880
Totale bruto bijtelling per jaar: € 6.280.
Dit bedrag wordt opgeteld bij uw belastbare inkomen. De uiteindelijke netto kosten hangen af van de belastingschijf waarin uw inkomen valt.
Uitzonderingen: géén bijtelling
In bepaalde situaties hoef je geen bijtelling voor privégebruik te betalen. Dat kan bijvoorbeeld wanneer je kunt aantonen dat je op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé rijdt. Een sluitende rittenregistratie kan daarbij belangrijk bewijs zijn. Werknemers kunnen onder voorwaarden ook gebruikmaken van een Verklaring geen privégebruik auto.
Voor specifieke situaties, zoals bepaalde bestelauto’s die doorlopend afwisselend worden gebruikt, gelden aparte regels.
Privé Auto (Zakelijke kilometers declareren)
Je kunt er ook voor kiezen om je auto privé te houden en de zakelijke kilometers te verrekenen.
Het kabinet heeft een verhoging van de maximale onbelaste kilometervergoeding naar € 0,25 per kilometer aangekondigd, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. De formele verwerking maakt deel uit van de fiscale wijzigingen voor 2027. Controleer daarom bij toepassing welke voorwaarden en formele regels op dat moment gelden.
Voor werknemers kan een werkgever onder de geldende voorwaarden een onbelaste kilometervergoeding betalen. Ben je ondernemer en rijd je met een privéauto zakelijke kilometers? Dan kun je de toegestane kilometervergoeding onder voorwaarden als zakelijke kosten verwerken in je administratie.
Bij een privéauto betaal je de autokosten zelf. Daar staat tegenover dat je geen bijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak hebt. Welke keuze financieel het gunstigst is, hangt onder meer af van het aantal zakelijke kilometers, de autokosten en je fiscale situatie.
Wat verandert er in 2027? De pseudo-eindheffing
De autobelastingen blijven een belangrijk politiek instrument om verduurzaming af te dwingen. Vanaf 1 januari 2027 treedt er een ingrijpende nieuwe maatregel in werking die al definitief in de wet is verankerd: de pseudo-eindheffing op fossiele personenauto's.
Wat is een pseudo-eindheffing precies?
Kort gezegd is dit een extra belasting die volledig voor rekening van de werkgever komt. Het gaat om een heffing van 12% over de cataloguswaarde van zakelijke personenauto's op benzine, diesel, lpg of hybride.
Het grote verschil met normale loonheffing: U mag deze belasting wettelijk niet doorberekenen aan de werknemer.
Woon-werkverkeer telt als privé: Zelfs als een werknemer de auto strikt voor woon-werkverkeer gebruikt en de 500-kilometergrens voor de bijtelling niet overschrijdt, moet u als werkgever tóch de 12% heffing betalen.
Overgangsrecht tot 2031: Voor fossiele auto’s die vóór 1 januari 2027 al door dezelfde werkgever ter beschikking zijn gesteld, geldt een overgangsregeling. Oorspronkelijk liep deze tot 17 september 2030. Het kabinet heeft voorgesteld de overgangsregeling te verlengen tot 1 januari 2031.
💡Rekenvoorbeeld pseudo-eindheffing:
Stelt u als werkgever een hybride auto ter beschikking met een cataloguswaarde van € 40.000? Dan kost u dit als werkgever vanaf 2027 jaarlijks 12%, dus € 4.800 extra aan belasting.
Versoepelingen
Na flinke kritiek vanuit ondernemers- en brancheorganisaties heeft het kabinet verschillende versoepelingen voorgesteld. Deze moeten de extra administratieve lasten voor werkgevers beperken:
Tijdelijk vervangend vervoer: Staat de vaste (bijvoorbeeld elektrische) zakelijke auto van uw medewerker voor onderhoud of schadeherstel bij de garage? Dan mag u maximaal 14 aaneengesloten kalenderdagen een fossiele vervangende auto meegeven, zonder dat u hierover de pseudo-eindheffing betaalt.
Kortdurende huur: Voor tijdelijke terbeschikkingstelling van een fossiele personenauto geldt een voorgestelde vrijstelling voor één periode van maximaal 7 aaneengesloten kalenderdagen per kalenderjaar. Deze uitzondering is bedoeld voor situaties waarin tijdelijk een auto nodig is, bijvoorbeeld bij een project of als overbrugging.
Lesauto's: Voor handgeschakelde lesauto's is een uitzondering voorgesteld, zodat rijscholen deze auto's kunnen blijven gebruiken zonder de pseudo-eindheffing te betalen.
Verlenging overgangsrecht: Voor fossiele personenauto's die vóór 1 januari 2027 al ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht. Het kabinet heeft voorgesteld dit overgangsrecht te verlengen van 17 september 2030 tot 1 januari 2031. Daarmee sluit de einddatum aan op het kalenderjaar.
Maak op tijd de juiste strategische autokeuze
De keuze tussen een auto van de zaak, een youngtimer of een privéauto met vergoeding voor zakelijke kilometers wordt steeds afhankelijker van je persoonlijke situatie en de fiscale regels.
Ook de voorgestelde wijzigingen voor 2027 kunnen gevolgen hebben voor je wagenpark, de kosten van je leaseauto’s en de afspraken met werknemers.
👉Twijfel je of je huidige auto fiscaal beter privé of op de zaak kan staan? Of wil je alvast bekijken wat de aangekondigde wijzigingen voor 2027 betekenen voor jouw onderneming?
Kom gerust eens koffie drinken in Westerhoven. We denken met je mee, rekenen verschillende scenario’s door en brengen de financiële gevolgen helder in beeld. Zo kun je een keuze maken die past bij jouw onderneming. Neem vandaag nog contact op met Bouffantes.
Dit blog is bijgewerkt in oktober 2026. Voorgestelde wetswijzigingen kunnen nog veranderen.